De relatie tussen bouwmaterialen en gezondheid is in Nederland al decennia onderwerp van toegepast onderzoek. Waar in de jaren tachtig en negentig de aandacht primair uitging naar asbest en formaldehyde, bestrijkt het hedendaagse onderzoek een aanzienlijk breder spectrum. Veroudering van isolatiematerialen, emissies uit nieuwe biobased materialen, microplastics uit afwerklagen, en de invloed van circulaire bouwpraktijken op materiaalveiligheid zijn allemaal terugkerende thema's. Deze pagina geeft een beeld van de hoofdlijnen van dit onderzoeksveld en van de Nederlandse instellingen die er een leidende rol in spelen.
Hoofdactoren in het Nederlandse onderzoek
TNO
De Nederlandse Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) voert binnen het thema Built Environment lopend onderzoek uit naar emissies van bouwmaterialen, naar het binnenklimaat van renovaties en naar de invloed van nieuwe materiaalcategorieen op gezondheid. TNO werkt daarbij samen met het bedrijfsleven, met overheden en met andere kennisinstellingen.
RIVM
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) richt zich op de volksgezondheidskant. Het instituut publiceert risicobeoordelingen voor afzonderlijke stoffen in bouwmaterialen, beheert het kennisplatform Binnenmilieu en adviseert het ministerie van Volksgezondheid en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over normstelling.
NEN
Het Koninklijk Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) coordineert de vertaling van Europese normen naar de Nederlandse context en faciliteert normcommissies waarin onderzoekers, fabrikanten en eindgebruikers samen tot praktische normen komen. Voor bouwmaterialen is een groot deel van de normen tegenwoordig op Europees niveau geharmoniseerd, maar de Nederlandse implementatie kent specifieke aandachtspunten die door deze normcommissies worden beheerd.
Lopende onderzoeksthema's
Biobased en circulaire materialen
Het toenemend gebruik van biobased materialen, zoals hennepvezel, vlas, stro en gerecyclede cellulose, vraagt om hernieuwd inzicht in emissies en in het gedrag van deze materialen onder vochtige omstandigheden. Onderzoek van TNO en universitaire bouwfysica-vakgroepen brengt in kaart welke risico's en kansen deze materialen bieden ten opzichte van traditionele alternatieven. De resultaten worden onder meer gebruikt door de programma's voor circulaire bouw van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Microplastics en afwerklagen
Een relatief nieuw thema is de afgifte van microplastics door wand- en vloerafwerking. Eerste verkennende studies wijzen op meetbare hoeveelheden in stof in woningen met bepaalde typen vinylvloeren of acrylcoatings. Het onderzoek staat nog in een vroeg stadium en richt zich vooral op meetmethoden en op blootstellingsscenario's. Daarvan zal de volgende stap een gezondheidsbeoordeling zijn, in samenwerking met RIVM.
Restemissies bij renovatie
Renovaties brengen specifieke gezondheidsvraagstukken met zich mee. Stof, schimmelsporen, oplosmiddelen en eventueel asbesthoudende materialen kunnen tijdens en na de werkzaamheden vrijkomen. RIVM en TNO werken aan richtlijnen die opdrachtgevers en uitvoerders helpen om de blootstelling van bewoners en werknemers tot een minimum te beperken. Voor projecten in bewoonde toestand zijn deze richtlijnen extra van belang.
Klimaat en gezondheid
De toenemende warmtebelasting in stedelijke woningen, mede onder invloed van klimaatverandering, leidt tot nieuw onderzoek naar het binnenklimaat in zomerperioden. De keuze van bouwmaterialen, isolatie en zonwering speelt daarbij een rol. Studies wijzen erop dat bepaalde combinaties van isolatie en ventilatie die in de winter optimaal presteren, in de zomer juist tot oververhitting kunnen bijdragen. De afstemming tussen seizoenen vraagt om geintegreerd ontwerpen, en het Nederlandse onderzoek loopt op dit terrein in lijn met internationale ontwikkelingen.
Doorwerking naar regelgeving
De resultaten van dit onderzoek werken via meerdere kanalen door in regelgeving en richtlijnen. NEN-normen worden periodiek bijgesteld op basis van nieuwe inzichten. Het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt eveneens herzien wanneer onderzoek dat noodzakelijk maakt. Daarnaast publiceert het RIVM richtwaarden die geen formele status hebben, maar in de praktijk door GGD'en, gemeenten en bouwbedrijven als referentie worden gebruikt.
Voor architecten, vastgoedbeheerders en aannemers is het zinvol om de publicaties van TNO, RIVM en NEN in een vakmatig leesritme op te nemen. Daarmee blijft de eigen werkwijze in lijn met de actuele stand van het onderzoek, ook in periodes waarin formele regelgeving nog niet is bijgewerkt.
Toegankelijkheid van onderzoeksresultaten
Een groot deel van de Nederlandse onderzoeksresultaten is openbaar toegankelijk via de websites van de betrokken instellingen of via wetenschappelijke databanken. Voor onderwerpen die maatschappelijk relevant zijn, publiceren RIVM en TNO doorgaans ook samenvattingen voor een breder publiek. Specifieke vakliteratuur, zoals proefschriften en artikelen in tijdschriften als Building and Environment of Indoor Air, is beschikbaar via universitaire repositories.
Voor opdrachtgevers en gebruikers van de gebouwde omgeving die zich op een specifiek onderwerp willen verdiepen, biedt deze openheid een aanzienlijke kennisbasis. Het is niet altijd nodig om wetenschappelijk getraind te zijn om de hoofdlijnen van dergelijke publicaties te begrijpen. De inspanning om actief kennis te nemen van de stand van het onderzoek, levert in de praktijk aantoonbaar betere materiaalkeuzes op.
Verder lezen
- Bronnen van luchtverontreiniging binnenshuis: een overzicht
- Vochtbestendig behang in renovatieprojecten, wat werkt en waarom
Bronnen: TNO, Built Environment, tno.nl; RIVM, dossier binnenmilieu, rivm.nl; NEN, normalisatie bouwmaterialen, nen.nl.